Taalproblemen bij kinderen: als de woordjes uitblijven - VivaGezond

Taalproblemen bij kinderen: als de woordjes uitblijven

This post is also available in: Frans

Als een kind op 18 maanden nog steeds geen woord zegt, moet u zich zorgen maken. Gehoor-, visuele, motorische of communicatieproblemen kunnen de taalverwerving verstoren. Hoe vroeger die problemen worden opgespoord, hoe groter de kans dat het kind kan herstellen en zijn achterstand inhalen.

Interview met Marc Verstraete
master in de psychologie en logopedie, Clinique d’audiophonologie van het CHU van Luik

Als u ‘taalstoornissen bij kinderen’ zegt, waaraan denkt u dan?

Marc Verstraete: “Echt héél belangrijk is om zulke stoornissen vroeg op te sporen. Veel kinderen komen op consultatie als ze al vier of vijf jaar oud zijn, op een moment dat de taalachterstand zich al heeft geïnstalleerd. Dan is het eigenlijk al heel laat om in te grijpen. Die boodschap moeten we duidelijk overbrengen op de ouders en artsen, die vaak nog de bekende ‘theorie van de klik’ aanhalen: ‘Maak u geen zorgen, op een dag zal hij wel praten.’ Dan verstrijkt de tijd en meestal brengt die geen raad of oplossing.”

Wanneer moeten we ons ongerust maken?

“Ieder kind heeft zijn eigen ritme. Maar er bestaan toch scharniermomenten in de taalontwikkeling: als een kind op 18 maanden geen herkenbare woorden zegt en niet begrijpt wat je tegen hem of haar zegt, als de taal zich op 24 maanden niet ontwikkelt en als het kind op 3-jarige leeftijd geen kleine zinnen vormt. In al die gevallen moeten we ingrijpen.
Alle mensen die professioneel met kinderen bezig zijn, spelen een belangrijke rol: artsen, pediaters en uiteraard ook de leerkrachten. Een kind dat naar de kleuterschool gaat op 2,5 jaar en niet praat, moet meteen de aandacht van de juf trekken. De eerste maanden op school zijn belangrijk: als een kind dat voor het eerst naar school gaat niet veel praat door een gebrek aan stimulatie, krijgt het de eerste weken de kans om zijn taalachterstand in te halen. Maar als het kind na enkele weken nog niet praat, is een bezoek aan een arts nodig.”

Wat als er een probleem wordt gevonden?

“De eerste stap is een controle van het gehoor en de integriteit van de spraakorganen (gehemelte, tong, mond: een kind moet klanken kunnen uitbrengen) door een nko-specialist. Daarna kan men bij een taalprofessional langsgaan. De logopedist ziet hoe de twee taalcomponenten werken: de productieve en de receptieve component. Taal is namelijk niet alleen praten, maar ook begrijpen. Hij analyseert dus de articulatie, de woordenschat en de syntaxis (hoe het kind de woorden combineert tot zinnen). Als we vroeg ingrijpen, kunnen we de ouders helpen, tips geven om de taalontwikkeling te stimuleren, een gehoorprobleem opsporen… Je moet geen vier jaar wachten om te starten met logopedische revalidatie.
Dit past ook in een globalere aanpak: het kind moet gezond zijn om te kunnen praten… Als we praten over taalproblemen, vergeten we vaak dat er ook zoiets bestaat als prelinguïstische ontwikkeling: van 0 tot 18 maanden communiceert een kind ook non-verbaal. Het kind moet aan de communicatie deelnemen, we moeten zijn blik kunnen vatten, met hem kunnen lachen en gek doen. Ook zijn psychomotorische ontwikkeling moet normaal verlopen. De non-verbale en psychomotorische ontwikkeling legt de basis voor de taalontwikkeling. Een kind dat non-verbaal slecht communiceert, is verontrustend. Het zal geen mondelinge taal ontwikkelen.”

Welke tips moeten we de ouders geven?

“Praat met het kind, eenvoudig en met intonatie. Kijk het kind in de ogen, controleer of het je begrijpt… Dit alles helpt de ouders om plezier te beleven aan de communicatie met hun baby. In dit plezier van de menselijke communicatie zal zich later de taal ontwikkelen. De tips kunnen dus variëren: bepaalde ouders stimuleren hun kind niet genoeg, andere net te veel of ze praten op een veel te ingewikkelde manier met hun kind… Het zijn praktische tips die vooral het schuldgevoel van de ouders moeten wegnemen.”

Wat zijn de verschillende spraakstoornissen?

“Grofweg maakt men een onderscheid tussen de gewone taalachterstand en de zware taalachterstand van het type dysfasie.
We spreken van gewone taalachterstand bij een kind van wie de taalontwikkeling trager dan gemiddeld verloopt. Het is gewoon wat trager, maar het ontwikkelingsproces gaat wel door. Sommige vormen van achterstand verdwijnen min of meer spontaan. Bij andere vormen is revalidatie of logopedische stimulatie noodzakelijk.
In andere gevallen spreken we van dysfasie: in tegenstelling tot gewone taalachterstand is hierbij sprake van een aantasting van de taalstructuur. Het is een ernstige stoornis die niet eenvoudig verdwijnt. Ondanks de nodige zorgen en revalidatie is het verloop van dysfasie dan ook veel moeilijker.
Het onderscheid tussen dysfasie en taalachterstand wordt gemaakt op basis van de traagheid van de evolutie, de ernst en het aanhoudende karakter van de stoornissen.”

Hoe worden deze stoornissen behandeld?

“Bij specifieke taalproblemen moet men logopedische revalidatie op consultatie combineren met oefeningetjes voor thuis. De ouders moeten feedback krijgen over de logopediesessies en er moet samenwerking zijn tussen het kind, de logopedist(e) en eventueel de psycholo(o)g(e).
Voor dysfasie is de revalidatie een werk van lange adem, tijdens de hele schoolcarrière van het kind. Kinderen met dysfasie die adequaat zijn gerevalideerd, groeien op tot volwassenen die zich iets minder op hun gemak voelen bij mondelinge communicatie, maar er meestal wel in slagen om een perfect normaal leven te leiden.”

Wat kunnen de gevolgen van taalproblemen op lange termijn zijn?

“Mondelinge taalproblemen verschijnen voor de lagereschoolleeftijd. Als de mondelinge taal niet goed is ontwikkeld, zal het ook moeilijker zijn om te leren lezen. Maar kinderen met dysfasie hebben alleen een taalprobleem. Het zijn verder normaal intelligente kinderen. Dat neemt niet weg dat ze soms psychologische begeleiding nodig hebben. Taalstoornissen kunnen namelijk heel belastend zijn. Deze kinderen krijgen soms te maken met relationele problemen, die niet de oorzaak maar het gevolg van het taalprobleem zijn.”

Bestaan er verbanden tussen dysfasie en dyslexie?

“Een mondelinge taalstoornis zal het kind niet helpen bij het aanleren van schriftelijke taal. Bij kinderen met dysfasie – en dat is tegenstrijdig – kan leren lezen met aangepaste methodes helpen om hun mondelinge taalproblemen te compenseren. Bepaalde kinderen met dysfasie worden naar gespecialiseerd onderwijs verwezen en ondergebracht in taalklassen waar men specifieke leertechnieken gebruikt.”

Welke factoren, naast medische oorzaken (gehoor, neurologische problemen…), spelen een rol?

“Er bestaan genetische hypothesen, een gebrek aan stimulatie binnen het gezin en psychologische factoren, waardoor het kind soms niet in gunstige omstandigheden verkeert om te praten.
Een andere belangrijke factor, die tegenwoordig op consultaties heel vaak terugkomt, is overmatige blootstelling aan beeldschermen. Een kind leert niet communiceren met een tablet of telefoon! Tegenwoordig hebben veel te veel kinderen die te veel tijd doorbrengen voor een scherm een taalachterstand. Uren doorbrengen voor een beeldscherm op zeer jonge leeftijd (soms zelfs voor de leeftijd van twee jaar) is echt een ramp! Voor de leeftijd van drie jaar moet de beeldschermtijd worden beperkt. Een kind moet eerst leren dingen leren hanteren, bouwen. Stimulatie via beeldschermen is niet beter dan wat een kind kan leren door te spelen met een lepel en een pot!”

Meer weten?

BIAP: Internationaal bureau voor audiofonologie: overzicht van de chronologie van de verwerving van de eerste woordjes, de eerste zinnen, naargelang van de leeftijd.
www.biap.org

Share on Facebook1Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someone

Articles similaires