Vetzuren: het verschil tussen goed en slecht - VivaGezond

Vetzuren: het verschil tussen goed en slecht

This post is also available in: Frans

Aan de ene kant prijst men de weldaden van omega 3-vetzuren of de kracht van olijfolie. Aan de andere kant waarschuwt men ons tegen verzadigde vetten en transvetten. Verzadigde vetzuren staan te vaak op het menu, terwijl we net te weinig kostbare omega 3 opnemen. Verloren in de jungle van de benamingen? Wij schetsen voor u het familieportret van de meest voorkomende vetzuren. Want met alle respect voor de dieetliefhebbers, ons lichaam heeft vetten nodig om te leven!

Vitale vetten

Vetzuren hebben eerder een slechte reputatie. Ze vervullen echter vitale functies in ons lichaam met als belangrijkste de aanmaak van een energiereserve en celmembranen. Vetten dragen ook bij tot de vorming van hormonen, het transport en de opname van vetoplosbare vitaminen (A, D, E, K), de warmteregeling (ze vormen een lichaamsisolatie), de immuniteit (ze beschermen de cellen)… Heel wat acties die we best niet negeren.

Vetzuren vormen de basis van de lipiden (de vetten). Ze worden ingedeeld in drie families: verzadigde vetzuren, onverzadigde vetzuren en transvetzuren.

Verzadigde vetzuren: met mate

Ze komen uit het dierenrijk (boter, kaas, melk, room, reuzel of vet van varken, rund, gans, eend…) of het plantenrijk (kokosnootolie, palmolie). Ze hebben een vaste vorm in omgevingstemperatuur en bederven doorgaans minder snel; ze kunnen tegen kookwarmte. Ze hebben vaak een slechte reputatie. Terecht of onterecht? Vetzuren voorstellen als goed of slecht is soms te simplistisch. Een overmatige consumptie doet het ‘slechte’ cholesterolgehalte in het bloed stijgen (LDL-c), maar deze vetzuren verdienen ondanks alles toch hun plaats in een evenwichtige voeding.

Onverzadigde vetzuren, de ‘goede’ vetten voor de cardiovasculaire gezondheid

De mono-onverzadigde vetzuren zijn de omega 9-vetzuren. Ze zijn vloeibaar in omgevingstemperatuur en kunnen redelijk goed tegen warmte. Ze kunnen dus gebruikt worden om te koken. Olijfolie bestaat uit meer dan 75% mono-onverzadigde vetzuren, en ook ongeveer 8% omega 6, een essentieel vetzuur. In combinatie met een voeding rijk aan fruit en groenten, speelt olijfolie een belangrijke rol in de preventie van cardiovasculaire ziekten. Er zitten ook mono-onverzadigde vetzuren in noten, avocado en arachide.
Maar opgelet, hoe nuttig ze ook zijn, deze vetzuren bevatten zeer veel calorieën. Olijfolie is dus goed voor de gezondheid maar zonder te overdrijven!

De polyonverzadigde vetzuren zijn de omega 3 en de omega 6-vetzuren. Deze twee vetzuren worden ‘essentiële’ vetzuren genoemd omdat ze onmisbaar zijn voor een goede cardiovasculaire gezondheid en ze niet aangemaakt kunnen worden door het lichaam. Ze moeten dus opgenomen worden uit de voeding. Er zit omega 6 in vloeibare plantaardige oliën op kamertemperatuur, zoals zonnebloem-, soja- en maïsolie.
Lijnzaad, hennep en vette vis (sardine, haring, makreel, zalm, zeepaling), krab en langoest zijn de belangrijkste voedingsmiddelen die rijk zijn aan omega 3. Opdat deze twee vetzuren al hun weldaden afgeven aan het lichaam, is het belangrijk om een goede verhouding tussen beide te respecteren: ongeveer 4 à 5 keer meer omega 6 dan omega 3, en niet 18 zoals momenteel het geval is in onze moderne industriële voeding.

De transvetzuren: daar schuilt het gevaar!

Ze zijn het product van een industrieel procedé (hydrogenering) dat de structuur van onverzadigde vetzuren wijzigt. In de industrie worden ze vaak gebruikt omdat ze een hoge kooktemperatuur verdragen en bijna vast zijn in omgevingstemperatuur. En vooral: ze zorgen voor een betere stevigheid en bewaring van voedingsmiddelen. Het resultaat bewijst het: de koekjes zijn knapperig, de margarines zijn zacht, de beschuitjes en pizza’s mooi goudgeel! Helaas zijn ze nog slechter voor de gezondheid dan alle andere types vetzuren en worden ze ervan beschuldigd het slechte cholesterolgehalte en de triglyceriden (vetten) in het bloed te doen toenemen, twee cardiovasculaire risicofactoren.

Hoe weet je of een voedingsmiddel transvetzuren bevat? 
Dat kan men lezen op het etiket (de samenstelling) van een product: de transvetzuren worden omschreven als ‘gehydrogeneerde plantaardige oliën’ of ‘gedeeltelijk gehydrogeneerd’. 

 

Uit het artikel “Vetzuren: het verschil tussen goed en slecht” van “De Patiëntenkrant” Nr. 26

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someone

Articles similaires