Wat is burn-out? - VivaGezond

Wat is burn-out?

This post is also available in: Frans

Voelt u zich leeg en opgebrand, aan het einde van uw krachten of merkt u dat u steeds minder presteert en cynisch dreigt te worden tegenover uw werk of uw naasten? Dan loopt u sterk het risico om een burn-out te ontwikkelen, zoals 10% van de actieve beroepsbevolking.

De term ‘burn-out’ (opbranden) werd begin de jaren ’70 geïntroduceerd door de Amerikaanse psychoanalisten Bradley en Freudenberger. Ze gebruikten het begrip enerzijds om arbeidsgerelateerde stress te beschrijven en anderzijds voor de professionele uitputting van zorgverleners die werkten met drugsverslaafden. Inmiddels werd het syndroom uitvoerig bestudeerd, onder meer door Maslach (1). Deze psychologe ontwierp een klinische detectieschaal voor de aandoening, de MBI: Maslach Burn-out Inventory. De schaal is opgebouwd uit drie assen: emotionele uitputting, depersonalisatie (cynisme) en verminderde persoonlijke bekwaamheid.

We gaan er tegenwoordig van uit dat 5% van de werknemers te kampen heeft met burn-out: ze lopen dus een aanzienlijk psychologisch gevaar. De belangrijkste symptomen kunnen als volgt worden samengevat:

  • op intellectueel vlak: demotivatie, een negatieve houding, geen zin of plezier meer in de dingen, isolement, vreemd of onaangepast gedrag, verminderde productiviteit;
  • op emotioneel vlak: een gevoel van onmacht, wanhoop, angst, prikkelbaarheid, woede, apathie, geestelijke vermoeidheid, depressie;
  • op lichamelijk vlak: intense vermoeidheid, verzwakking, hoofdpijn, spijsverteringsproblemen, maagzweer, gebrek aan eetlust, een verminderd libido, een verstoorde nachtrust.

Burn-out bouwt zich echter geleidelijk aan op. De ontwikkeling verloopt in 3 stadia:

  1. tijdens het beginstadium vertaalt burn-out zich in psychologische vermoeidheid met een quasi totaal gebrek aan emotionele of geestelijke energie, waardoor een algemene zwakheid ontstaat, ook op lichamelijk vlak. De patiënt voelt zich letterlijk leeg, aan het einde van zijn Latijn… Het idee alleen al dat hij nóg een dag in die omstandigheden moet werken, is voor hem onverdraaglijk.
  2. In het tweede stadium uit burn-out zich onder de vorm van depersonalisatie: de patiënt stelt zich negatief of onverschillig op tegenover zijn collega’s en/of familie en behandelt hen steeds meer als voorwerpen. Door een emotionele barrière op te werpen tussen zichzelf en zijn omgeving, stelt het individu een verdedigingsmechanisme in werking om zich te beschermen tegen het vreselijke verlies aan energie. Uiteindelijk onthecht de patiënt zich meer en meer van zijn werk of zijn familie (cynisme).
  3. Tijdens het derde stadium van de burn-out voelt de patiënt zijn bekwaamheid en zelfontplooiing erop achteruitgaan. In dit stadium heeft de patiënt een bijzonder negatieve en denigrerende kijk op de meeste van zijn resultaten, zowel op professioneel als op familiaal vlak. Hij is niet meer gemotiveerd en zijn zelfwaardering daalt aanzienlijk. Zijn gebrek aan zelfvertrouwen gaat gepaard met een ernstige secundaire depressie. De patiënt is niet langer in staat om zijn professionele of familiale verplichtingen na te komen.

Het is belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen burn-out, stress, depressie en lichamelijke verzwakking. Burn-out is immers een bijzondere vorm van chronische stress die vooral gepaard gaat met lichamelijke en geestelijke uitputting in het kader van een heel specifieke situatie op professioneel of familiaal gebied. Bovendien is burn-out niet hetzelfde als een depressie, aangezien er, althans in het begin, geen sprake is van depressieve gevoelens. Toch kan iemand die lijdt aan burn-out uiteindelijk, wanneer de situatie verergert, depressief worden: hij voelt zich triest, verliest alle vitaliteit en plezier in het leven en worstelt eventueel met zelfmoordideeën.

Burn-out hoeft nu ook weer niet als een dramatische vorm van lichamelijke aftakeling te worden gezien, zoals dat bij kanker of multiple sclerose het geval is. De extreme vermoeidheid heeft vooral te maken met een specifieke situatie. Voor activiteiten in een totaal andere context kan de patiënt daarentegen wel nog de nodige energie vinden. Deze nuance is belangrijk, want daardoor beseft de patiënt dat hij nog altijd in staat is om in andere situaties bepaalde activiteiten uit te oefenen. Op die manier blijft hij een zekere zelfwaarde behouden.

 

Lees het vervolg van dit artikel hier

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someone

Articles similaires