Zware en pijnlijke benen: neem er geen loopje mee! - VivaGezond

Zware en pijnlijke benen: neem er geen loopje mee!

This post is also available in: Frans

Zware en pijnlijke benen, een opgeblazen of prikkelend gevoel en nachtelijke krampen, allemaal tekens die een veneuze ziekte doen vermoeden.

Deze vaak voorkomende ziekte mogen we niet als onbehandelbaar beschouwen! Enkele eenvoudige dagelijkse handelingen kunnen de symptomen verlichten en de evolutie afremmen.

Wat is veneuze ziekte?

Veneuze insufficiëntie (of veneuze ziekte) wil zeggen dat de aders niet meer in staat zijn om het bloed van beneden (de voeten) behoorlijk terug te stuwen naar het hart. Met andere woorden: de aders zijn niet sterk genoeg om het bloed omhoog te stuwen, daardoor stagneert het bloed in de benen en ontstaat er een ontstekingsreactie.

Veneuze ziekte kan in dat stadium worden gekenmerkt als een zwaar, pijnlijk gevoel in de benen, opgezwollen voeten of enkels (oedeem) op het einde van de dag of bij warm weer, of kleine adertjes (fijne blauwe ‘draadjes’) die op de huid van de benen voorkomen. Als u deze symptomen vertoont, raadpleeg dan snel uw arts want hij kan u helpen!

Hoe evolueert veneuze insufficiëntie?

In het stadium dat volgt op de bovenstaande symptomen verschijnen er fijne blauwachtige adertjes in de vorm van spinnenwebben. Zonder behandeling kan veneuze insufficiëntie geleidelijk evolueren en tot ernstige complicaties leiden, zoals spataders en veneuze ulcera.

Loopt u risico?

Erfelijkheid, leeftijd, vrouw zijn, het aantal zwangerschappen, gewicht, het soort beroepsactiviteit (langdurig rechtstaan) en te weinig lichaamsbeweging verhogen de kans op een veneuze aandoening. Dr. Philippe Blanchemaison stelde de Fleboscore® op (zie kader): enkele simpele vragen waarmee u kan nagaan of u al dan niet risico loopt om veneuze insufficiëntie te krijgen.

Wanneer uw arts raadplegen?

U moet uw arts raadplegen wanneer u pijn in uw benen heeft, u gezwollen voeten of enkels heeft, of als uw aders zichtbaar worden. Stel het niet uit!

Welke behandelingen?

De bedoeling van de behandeling is om de pijn te verlichten en om de evolutie van de ziekte af te remmen om uw ‘veneuze kapitaal’ te behouden.

Compressieverbanden of steunkousen : de eerste behandeling

Deze behandeling berust op het dragen van steunkousen (maar ook sokjes, panty’s en compressiewindels) die van ‘s morgens tot ‘s avonds druk uitoefenen op de benen en de enkels. Door die druk worden de spieren en het weefsel rond de aders samengedrukt en wordt het bloed in de aders beter teruggestuwd. Er bestaan verschillende categorieën van steunkousen, in functie van  de druk die ze uitoefenen. Elke categorie is geschikt voor een stadium van de veneuze ziekte. Uw arts zal steunkousen voorschrijven die voor u geschikt zijn.

Venotonica

Venotonica verhogen de tonus van de vaatwand, beschermen de cellen aan de binnenwand van de aders en sommige middelen hebben ook een lokale ontstekingswerende werking. Ze helpen om de symptomen nog meer te verlichten. Let op: niet alle venotonica zijn even efficiënt. Vraag raad aan uw arts en laat u niet vangen door misleidende reclame die u op het internet kunt vinden!

Uw arts kan u ook andere behandelingen voorstellen zoals sclerotherapie (een zieke ader wordt vernietigd) of stripping (de ader wordt weggenomen).

Als bijkomende maatregel kan u  regelmatig voor fysieke activiteit zorgen: wandel ten minste 40 minuten per dag, fiets, zwem of beoefen een andere uithoudingssport. Vermijd activiteiten waarbij er hevige druk op de aders wordt gezet, zoals bij squash of tennis. Een evenwichtige voeding wordt aanbevolen in de preventie van alle chronische aandoeningen.

De Fleboscore: een check-up van de aders!

Met deze test kunt u bepalen of u al dan niet risico loopt om veneuze insufficiëntie te krijgen. Geef antwoord op de vragen en tel de punten op die rechts van de vragen staan. Lees daarna de uitleg die bij uw score hoort.

RDV op: www.selftest.be/flebo

Referentie:
Blanchemaison P. Les facteurs de risque de l’insuffisance chronique des membres inférieurs. Angéiologie 1997;49(1):53-60.

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Pin on Pinterest0Email this to someone

Articles similaires